zaterdag 24 april 2021 20:00

Programma

Judith Steenbrink (viool) en Tineke Steenbrink (klavecimbel) - Bachs Vioolsonates

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Sonate voor klavecimbel en viool, nr. 1 in b, BWV 1014

Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

Judith Steenbrink (Viool)

  • I. Adagio
  • II. Allegro
  • III. Andante
  • IV. Allegro

Bachs Vioolsonates BWV 1014 en BWV 1018 zijn elk vierdelige stukken met opeenvolgend een langzaam, een snel, een langzaam en tot slot weer een snel deel. Deze vorm wordt ook wel 'sonata a chiesa' (kerksonate) genoemd. Bach schreef ze tussen 1720 en 1723 toen hij kapelmeester was aan het hof van Köthen.

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)

Sonate in d

Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

Judith Steenbrink (Viool)

  • I. Adagio
  • II. Allegro
  • III. Largo
  • IV. Vivace

Lange tijd dachten muziekgeleerden dat deze vioolsonate van Johann Sebastian Bach was. Het stuk kreeg zelfs een eigen nummer in de werkenlijst van vader Bach (BWV 1036). Driekwart eeuw geleden werd het mysterie opgelost. Carl Philipp Emanuel schreef deze sonate samen met zijn vader. Vandaar dat het stuk nog zo barok klinkt. Later maakte Carl Philipp Emanuel er een triosonate van voor fluit en viool. Judith en Tineke spelen de originele versie.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Fantasie in a, BWV 922

Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

    Hoelang kun je iets herhalen zonder dat het saai wordt? Bach laat je het ervaren in deze adembenemende fantasie. Eén bepaald motiefje komt steeds terug, maar door Bachs onuitputtelijke variatiekunst klinkt het steeds anders. Herhaling is de kracht van de reclame. Dat wisten zelfs de oude Romeinen al. Redenaar Cicero stelde dat herhaling “een diepe indruk op de luisteraar” maakt, “alsof een wapen herhaaldelijk hetzelfde lichaamsdeel treft”.

    Johann Sebastian Bach (1685-1750)

    Sonate voor viool en basso continuo in G, BWV 1021

    Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

    Judith Steenbrink (Viool)

    • I. Adagio
    • II. Vivace
    • III. Largo
    • IV. Presto

    Anders dan de beroemde Vioolsonates BWV 1014-1019 schreef Bach deze sonate voor viool en basso continuo. Alleen de viool- en baspartij zijn uitgeschreven. Met cijfers die Bach onder de baspartij noteerde vult de klavecimbelspeler zelf de begeleidingspartij in. Tijdens de barok was dit gebruikelijk. Vermoedelijk schreef Bach deze vioolsonate toen hij in Cöthen en Weimar werkte (1715-1720).

    Jean-Fery Rebel (1661-1747)

    Sonate voor viool en b.c. nr. 11 in Bes

    Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

    Judith Steenbrink (Viool)

      Georg Philipp Telemann (1681-1767)

      Sonate voor viool en b.c. in G, TWV 41: G1

      Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

      Judith Steenbrink (Viool)

      • I. largo
      • II. Allegro
      • III. Adagio
      • IV. Allegro

      Johann Sebastian Bach (1685-1750)

      Sonate voor klavecimbel en viool, nr. 5 in f, BWV 1018

      Tineke Steenbrink (Klavecimbel)

      Judith Steenbrink (Viool)

      • I. Largo
      • II. Allegro
      • III. Adagio
      • IV. Vivace

      Het bijzondere aan Bachs Zes Vioolsonates is dat de viool- en de klavecimbelpartij min of meer gelijkwaardig aan elkaar zijn. Bach beschikte over een heel scala aan middelen om steeds weer tot verrassende vondsten te komen. Het eerste snelle deel van deze sonate schreef Bach in de vorm van een 'concerto' met uitdagende vioolsolo's. De langzame delen klinken als zangerige aria's. Het snelle slotdeel heeft veel weg van een driestemmige fuga.